Overlijdensverzekering

Bankverzekeraar KBC lanceert een overlijdensverzekering op maat van 25- tot 45-jarigen. Zoiets was pakweg twintig jaar geleden ondenkbaar. Maar de Belgen in hun eerste levenshelft zijn nu meer met geldzaken bezig dan hun ouders destijds. Ze kopen almaar jonger een huis, sparen massaal voor een aanvullend pensioen en leven fors op krediet.

Brussel l 'De jonge generatie gaat veel rationeler met geld en sparen om dan hun voorgangers', zegt marketingdirecteur Kathleen Steel bij Fortis Bank. 'Vijfentwintig jaar geleden schoten jongeren in een lach als het ging over pensioensparen. Jongeren van vandaag wisselen financiële tips uit via e-mail en sms.'

De nieuwe verzekering van KBC beschermt gezinnen tegen inkomensverlies na overlijden van een van de kostwinners. De bankverzekeraar zet de polis in de markt als 'een beschermingsproduct op maat van jonge gezinnen tussen 25 en 45 jaar'. Tot de leeftijd van veertig jaar betaalt een man voor een bescherming van 50.000 euro - dat bedrag wordt bij overlijden meteen uitbetaald aan de overlevende partner - minder dan 20 euro per maand. Uit een peiling bij 400 gezinnen leidde KBC af dat er interesse bestaat voor het product.

De overlijdensverzekering van KBC past in een bredere trend. De Belgen tussen 18 en pakweg 45 zijn meer dan hun voorgangers bezig met budgetbeheer, beleggingen en sparen voor de toekomst. Dat stelden de banken eind vorig jaar nog vast toen de fiscale korting op pensioensparen werd verhoogd. Opvallend veel klanten onder dertig tekenden in om van de korting gebruik te kunnen maken.

Uit de recente grootschalige enquête van verzekeraar Swiss Life bleek dat meer dan de helft van de 21- tot 30-jarigen al actief zijn pensioen voorbereidt. Bij de 31- tot 40-jarigen is zelfs 79 procent bezig met zijn oude dag. "Als je vergelijkt met de resultaten van 2005, zie je dat de jongste leeftijdscategorieën zich meer op hun pensioen voorbereiden dan een jaar geleden", zegt woordvoerster Nadine Lints van Swiss Life. De grote media-aandacht voor het Generatiepact en het loopbaaneindedebat eind vorig jaar heeft tot de stijging bijgedragen, vermoedt de verzekeraar.

"Je moest bij de jongeren 25 jaar geleden niet afkomen met pensioensparen. Je werd gewoon uitgelachen", zegt Fortismarketeer Kathleen Steel. "Vandaag stellen we vast dat jongeren almaar vroeger woonkrediet opnemen om een huis kopen. Een eigen huis is ook een vorm van pensioen."

Die jonge ontleners steken zich zwaarder in de schulden dan hun voorgangers. De gemiddelde quotiteit, het percentage van de waarde dat gefinancierd wordt met woonkrediet, zit bij de 18- tot 25-jarigen jaar na jaar in de lift en is opgelopen tot 86 procent. Bij de ontleners ouder dan veertig daalde de gemiddelde quotiteit de afgelopen vijf jaar.

Mede omdat woonkredieten almaar ruimer verspreid zijn onder jongeren, hebben de meeste Belgen tussen 25 en 44 een of ander kredietcontract lopen. Zeventig procent van de Belgen tussen 25 en 34 leeft op krediet. In de categorie 35 tot 44-jarigen loopt dat zelfs op tot 80 procent.

De grote meerderheid van de 25- tot 44-jarigen kan het zich dus niet permitteren om geld over de balk te gooien of onbezonnen financiële risico's te nemen. Vandaar ook het initiatief van KBC. "Als een van de partners overlijdt, blijven de facturen lopen. De gezinslasten dreigen onbetaald te blijven. Via onze verzekering kun je die moeilijke periode overbruggen", zegt KBC-woordvoerder Stef Leunens. Simulaties tonen aan dat het nodige bedrag voor de eerste drie jaar na het overlijden tussen 25.000 en 50.000 euro ligt.

"We stellen ook vast dat jongeren makkelijker dan ouderen de zaken begrijpen als het om financiën gaat", zegt Steel. "Ze komen er op vroegere leeftijd mee in contact. Je krijgt almaar vroeger je eerste zichtrekening en je eerste bankkaart. Ook de democratisering van de relatie met de bankier speelt een rol. Iedereen kan nu bankieren, vroeger was dat minder evident."

Volgens haar spelen de jongere klanten ook meer open kaart over hun financiën. "De oudere generaties praten minder openlijk over hun financiële toestand", zegt Steel. "Jongeren doen er alles aan om minder belastingen te moeten betalen en wisselen tips over sparen en beleggingen uit via hun netwerken, bijvoorbeeld via e-mail of sms. Voor onze onlangs gelanceerde huurwaarborgdienst bijvoorbeeld hebben we nauwelijks reclame moeten maken. Dat verspreidt zich als een lopend vuurtje."

Die huurwaarborgdienst is een typische productinnovatie die mikt op de jongere die bewust omgaat met zijn centen. Het gaat om een bankgarantie tegenover de verhuurder, zonder dat de huurder zelf de som van de waarborg op tafel moet leggen. Fortis eist wel dat de klant loontrekkende is en zijn loon laat domiciliëren op een zichtrekening bij de bank. De dienst wordt alleen toegekend aan klanten van 18 tot 30 jaar.

Vrijwilligersverzekering

De Nationale Loterij trekt 850.000 euro uit om de collectieve verzekering voor vrijwilligers te financieren. "De Nationale Loterij laat, via subsidies en sponsoring, haar winst terugvloeien naar de samenleving. Ik denk dat ze dit op geen waardevollere manier kan doen dan door de vrijwilligers gratis een collectieve polis aan te bieden zonder enige franchise", laat staatssecretaris voor Overheidsbedrijven Bruno Tuybens (sp.a) weten.

Kamerlid Greta D'Hondt (CD&V) verweet Tuybens prompt 'profileringsdrang'. Ze vraagt zich af of het bedrag dat hij vooropstelt om een gratis vrijwilligersverzekering aan te bieden, wel realistisch is. "Tuybens brengt met zijn voorstel duizenden vrijwilligers in verwarring."

De wet op het vrijwilligerswerk wordt op 1 augustus van kracht en verplicht de meeste verenigingen een verzekering af te sluiten voor hun leden. Naar aanleiding van een aanpassing van de wet begin deze maand werd al duidelijk dat de regering een collectieve polis zou uitwerken. Tuybens wil nu zo snel mogelijk een aanbesteding uitschrijven voor verzekeringsmaatschappijen en somt alvast enkele voorwaarden op. Elke organisatie uit om het even welke sector moet een vraag tot erkenning kunnen indienen. De verzekering mag niet alleen gelden voor vzw's en feitelijke verenigingen, maar ook voor plaatselijke afdelingen van overkoepelende vzw's.

D'Hondt, die nauw betrokken was bij de realisatie van de wet, wijst erop dat in de commissie Sociale Zaken was afgesproken dat er geen aanbesteding zou komen, maar een modelpolis. Die zou door verschillende verzekeraars kunnen worden aangeboden en zou de organisaties de vrije keuze van verzekeraar geven.

Reisbijstandsverzekering

De gure meimaand porde heel wat vakantiegangers aan een reis in het buitenland te boeken. Juli en augustus zijn weer topmaanden voor de touroperators. Ook de verzekeraars spinnen daar garen bij.

Wie veilig op reis wil, neemt beter een aangepaste reisbijstandsverzekering en een annulatieverzekering. Wie geen bijstandsverzekering onderschrijft, neemt een financieel risico en haalt zich ook administratieve beslommeringen op de hals als zich een ongeval in het buitenland voordoet. Een banaal ongeval kan al verstrekkende gevolgen hebben. Een ziekenhuisopname in het buitenland van vijf dagen en een sanitaire vlucht met een medisch vliegtuig kost algauw 12.000 tot 15.000 euro.

Een reis- en bijstandsverzekering is er om de uitgaven in het buitenland voor ziekte, ongeval, overlijden en andere dringende redenen te dekken. Ook de technische bijstand is inclusief. Het totale kostenplaatje bij niet-verzekering is vaak niet te overzien.

Een reisverzekering vergoedt alle medische kosten (ziekenhuisopname, ingrepen, behandelingen) die gepaard gaan met ziekte of ongeval, ook de ambulante. Als het letsel opgelopen is bij een ongeval, worden ook vaak de nabehandelingskosten in België vergoed. Er is een volledige tussenkomst voorzien voor het vervoer ter plaatse inclusief de repatriëring, in sommige gevallen zelfs voor het hele reisgezelschap. Meestal kan ook een familielid bij de gehospitaliseerde verblijven.

Als de chauffeur door ziekte of ongeval buiten strijd is, wordt een vervangchauffeur voorzien en wordt zorg gedragen voor de bagage en zelfs het huisdier. Financiële kosten zoals telefoonrekeningen, de factuur van de advocaat of tolk en de opsporingskosten worden gedragen door de verzekeraar. In sommige gevallen wordt zelfs een geldsom voorgeschoten als facturen onmiddellijk moeten worden betaald.

Wie ook de materiële schade aan een voertuig wil verzekeren betaalt doorgaans een bijpremie. Sommige maatschappijen bieden een all-inpakket aan.

Een reisbijstandsverzekering kun je tot enkele dagen voor je vertrek afsluiten. Je moet wel enkele basisregels respecteren. Vooreerst moet de verzekerde in eer en geweten handelen. Als een verzekeringscontract afgesloten wordt, gaat meestal een medische vragenlijst vooraf. Wie daar niet correct op antwoordt, kan voor hete vuren komen te staan.

Er is namelijk geen tussenkomst voorzien voor een terugval of verergering van een ziekte of pathologische toestand die er al was voor het vertrek en die niet werd vermeld op de medische vragenlijst. Als bewezen wordt dat dit moedwillig gebeurde, kan dat beschouwd worden als een daad van 'valsheid in geschrifte' en die is strafrechtelijk vervolgbaar, hoewel dat in de praktijk weinig wordt toegepast.

Bij ongeval of ziekte in het buitenland is de 'meldingsplicht' van groot belang. Wacht niet tot de thuiskomst om aangifte te doen van het ongeval. Onmiddellijke melding is bij de meeste verzekeraars een voorwaarde tot terugbetaling.

Sommige vakantiegangers menen vaak ten onrechte al voldoende verzekerd te zijn. Het ziekenfonds biedt ook soms een reisbijstand, maar die is beperkt. Vaak is enkel de verzekerde gedekt en is er geen voorziening voor de reisgenoten of familieleden. In de meeste gevallen is er uitsluitend een vergoeding voor de medische kosten.

In geval van problemen thuis of bij het overlijden van een familielid, kun je niet kosteloos terugreizen. Op alle medische kosten is er een franchise te betalen en wordt een terugbetalingsplafond ingebouwd, vaak tot 5.000 euro.

Een complete reisbijstandsverzekering bouwt doorgaans ook een maximale terugbetalingsprijs in, maar die ligt veel hoger. Voorts is de ziekenhuiskeuze beperkt en worden ambulante nabehandelingskosten in België niet terugbetaald. Zelfs een hospitalisatieverzekering die ook geldig is in het buitenland dekt niet altijd de ambulante kosten die gepaard gaan met het maken van de röntgenfoto's, de medicijnen, het gips...

Sommige kredietkaarten bieden eveneens een vorm van bijstand. Maar er zijn voorwaarden. In hoofdzaak gaat het over een dekking van de materiële schade. Meestal moet het totale bedrag van de reis betaald zijn met de kredietkaart. Voorts geldt er slechts een beperkte dekking in de medische kosten en gelden er grote vrijstellingen.

De voorwaarden tussen de diverse kredietkaarten verschillen behoorlijk, dus neem de verzekeringsmodaliteiten vooraf door. Laat je ook niet misleiden door de bijstandsverzekering die in de reis is begrepen. Vaak zijn die dekkingen ondermaats.

Een behoorlijke bijstandsverzekering heb je al voor 150 euro per persoon en per jaar. Als je verblijf een onafgebroken periode van drie maanden in het buitenland overtreft, moet je een bijpremie betalen. Een familie is vaak al volledig verzekerd voor 200 tot 250 euro op jaarbasis.

Een reisannulatieverzekering biedt je enkel een bescherming tegen financieel verlies als je een reis moet afzeggen of onderbreken. Het is best die verzekering onmiddellijk af te sluiten bij de boeking.

De verzekeringsmaatschappij komt tussen wanneer het geldige annulaties of verschuivingen betreft, zoals bij overlijden in de familie, bij belangrijke stoffelijke schade aan je onroerende goederen, onvrijwillige werkloosheid, als je plots een arbeidscontract van onbepaalde duur krijgt aangeboden, wanneer je reisgenoot annuleert, wanneer je vakantie wordt ingetrokken door de werkgever en... bij herexamens die afgelegd moeten worden in de periode van de reis of in de maand erna.

Bij vele reisboekingen is een annulatieverzekering inbegrepen, maar ook daar is de dekking heel beperkt en zijn de voorwaarden veel strenger. Een goede annulatieverzekering kost algauw 3 tot 4 procent van de totale reissom.

Bij Touring betaal je 129 euro voor een dergelijke verzekering waarbij een dekking voor een volledig jaar telt. Er wordt echter maximaal 2.500 euro per persoon en per reis uitbetaald. Een annulatiepakket voor een gezin van twee tot zes personen kost je 189 euro per jaar.

Woonkredieten duurder

Verscheidene banken verhoogden de jongste dagen hun rente op woonkredieten, vooral voor de formules met vaste rente. De jongste in de rij was gisteren Centea. De bodemrente voor een krediet met een looptijd van 20 jaar bedraagt nu 4,45 procent, tegen 4,25 procent voordien. Voor leningen met jaarlijks aanpasbare rente wordt nu 3,8 procent aangerekend.
De ,,bodemrente'' is bij de meeste instellingen voorbehouden aan klanten die niet alleen bereid zijn er hun loon te domiciliëren, maar ook de schuldsaldo- en de brandverzekering af te sluiten bij dezelfde instelling.

Een blik op de ,,rentebarometer'' van de Immotheker leert dat de gemiddelde bodemrente op de markt tegenwoordig 3,65 procent bedraagt voor een formule met jaarlijks aanpasbaar tarief en 4,58 procent voor een met vaste rente. Een klein jaar geleden was dat nog respectievelijk 2,9 en 4,3 procent.

De beste tarieven ooit werden een klein jaar geleden opgetekend en schommelden rond 2,55 procent voor een krediet met jaarlijks aanpasbare en 3,85 procent voor een met vaste rente.

Leasing

3,844 miljoen euro geleaset. Dat is 9,81 procent meer dan in 2004. Vooral de leasing van vastgoed maakte een sterke opgang.
Dat heeft de Belgische Leasingvereniging maandag bekendgemaakt bij de voorstelling van haar jaarrapport. ,,Vooral de leasing van vastgoed maakte een sterke opgang, met een stijging van 61,83 procent'', zegt Jan Ingelbrecht, de voorzitter van de Belgische Leasingvereniging.

Toch haalt de sector nog steeds het leeuwendeel van zijn winst uit mobiele leasing. Die activiteit steeg met 3,14 procent tot een jaaromzet van 3,2 miljard euro. De grootste stijging was te vinden bij de personenwagens en de vrachtwagens (15 procent). De leasing van computers en bureaumateriaal daalde met 19 procent.

,,De dienstensector is nog steeds de grootste afnemer van leasingproducten'', zegt Michel Billocq, de secretaris-generaal van de Leasingvereniging. ,,Al is hun aandeel gedaald tot 50 procent. De industriële sector stijgt boven de 22 procent.''

In heel Europa haalt de leasingsector momenteel een omzet van 190 miljard euro. ,,Leasen wordt steeds meer een alternatief voor traditionele financiering'', besluit Jan Ingelbrecht.

KBC Bank verhoogt rente op woonkredieten

KBC Bank verhoogt vanaf woensdag 3 mei de rente op de woonkredieten. Wegens de stijgende marktrente verhoogt de bank de rente met 30 à 40 basispunten.
De nieuwe rentevoeten zien er als volgt uit:

- jaarlijks aanpasbaar (+3/-3): van 3,95 naar 4,35 procent
- 5/5/5 (+5/-5): van 4,40 naar 4,70 procent
- 10/5/5 (+5/-5): van 4,50 naar 4,85 procent
- vaste rentevoet 20 jaar: van 4,75 naar 5,05 procent
- vaste rentevoet 30 jaar: van 4,95 naar 5,25 procent

Fortis verhoogt rente woonkredieten

Fortis Bank verhoogt donderdag de tarieven van de woonkredieten. De marktleider volgt daarmee het voorbeeld van andere banken zoals KBC, Argenta en Centea. De hogere rente is een gevolg van de stijging van de rentevoeten op de financiële markten.
Tot aan de bouw- en verbouwbeurs Batibouw bleven de banken de kat uit de boom kijken, maar sindsdien is er een einde gekomen aan de historisch lage woonkredieten. De renteverhogingen van Fortis variëren van 0,10% tot 0,40%.

Vooral lenen met vaste rentevoet gedurende een lange periode wordt duurder. Voor een jaarlijks herzienbare lening op 20 jaar stijgt de rente van 4% naar 4,10%. Voor een lening met vaste rentevoet op 20 jaar stijgt de rente van 4,75% naar 5,05%.

Goedkoop geld

Wonen is in het afgelopen jaar sneller duurder geworden dan ooit tijdens de voorbije drie decennia.
ER werden afgelopen jaar in ons land voor 25 miljard euro huizen, appartementen en gronden verkocht en gekocht. Dat is 8 procent meer dan het jaar voordien, en een verdubbeling in acht jaar tijd. Appartementen werden gemiddeld 13 procent duurder, eengezinswoningen - het gros van het aanbod - klommen ruim 16 procent in waarde, en bouwgronden schoten nog maar eens 24 procent omhoog.

Het onafhankelijk adviesbureau Stadim, dat de vastgoedmarkt bestudeert, vraagt zich in zijn 27ste vastgoedrapport af hoe het komt dat de prijzen, tegen de verwachtingen in, opnieuw zo sterk zijn gestegen. Het wijst ,,beschuldigend'' naar de woonkredieten met vlottende rente en met vaak extreem lange looptijden.

Gemiddeld kostte een huis in Vlaanderen afgelopen jaar 200.000 euro. Wallonië is een stuk goedkoper met 150.000 euro, maar in Brussel betaalde je gemiddeld 350.000 euro, een stijging met 53 procent.

De prijsexplosie in Brussel bleek eerder al uit cijfers van de notarissen, maar de prijsvorming in Brussel wordt scheefgetrokken door het beperkte aantal verkopen. Dat blijkt ook uit de geringe invloed van de Brusselse cijfers op het geheel.

De vraag naar appartementen liep afgelopen jaar sterk terug. Dat mondde ook uit in beperktere prijsstijgingen. Maar de afgenomen belangstelling wordt allicht deels verklaard door de forse verhogingen van de jaren voordien, waardoor appartementen zichzelf wat uit de markt hebben geprijsd.

Gemiddeld betaalde je in Vlaanderen afgelopen jaar 167.000 euro, met uitschieters tot 200.000 euro aan de kust. Wallonië hield het op 125.000 euro. In Brussel klommen de prijzen gemiddeld 15 procent tot 184.000 euro.

En dan zijn er uiteraard ook de bouwgronden. Plus twintig procent in Vlaanderen, zestien procent erbij in Brussel en ruim eenderde meer dan in 2004 voor een lap grond in Wallonië. Stadim spreekt van een ,,prijsexplosie''. Stadim verklaart die forse prijsstijgingen door het sterk gestegen aandeel van ,,projectgebonden'' gronden, waarop appartementsgebouwen worden opgetrokken en sleutel-op-de-deur projecten.

De fiscus maakt sinds begin vorig jaar geen onderscheid meer tussen grond en bakstenen voor de aftrekbaarheid van woonkredieten. Omdat bij de aankoop van een grond 10 procent registratierechten wordt aangerekend (12,5 procent in Brussel en Wallonië) en bij nieuwbouw 21 procent btw verschuldigd is, worden vaak heel wat kosten doorgerekend in de prijs van de grond, om zo de bouwkosten te drukken.

Dat blijkt uit de marge tussen de gemiddelde prijs van een vierkante meter bouwgrond en de referentieprijs - waarbij slechts een kwart van de gronden duurder is en driekwart goedkoper. Die marge liep op een jaar tijd op van 30 tot 77 procent, omdat nieuwbouwprojecten haast systematisch in het duurdere segment vallen.

Meer in het algemeen kunnen de sterke prijsstijgingen op de vastgoedmarkt niet zomaar verklaard worden door de inflatie of gestegen lonen. Integendeel zelfs, de rente is nog voor de zomer beginnen stijgen en dus zou je verwachten dat de ontleencapaciteit van de gezinnen verminderd is.

Maar dat, zegt bestuurder Philippe Janssens, was buiten de waard gerekend, in dit geval de banken. Zij toverden allerlei technieken uit hun hoge hoed om hun woonkrediet betaalbaar te houden. Vooral de erg lange looptijden drukken de reële rente na verrekening van het fiscaal voordeel tot een verwaarloosbaar percentage.

De kip en het ei, stelt Janssens vast. Extreem goedkope woonkredieten houden de vastgoeddroom betaalbaar, maar tegelijk jaagt dat goedkope geld de prijzen omhoog. Maar zolang er geen beperking in de tijd staat op de fiscale aftrekbaarheid van een woonkrediet, blijft de reële rente uiterst laag en jagen kopers met zakken vol geleend geld de prijzen de hoogte in.

Hij pleit daarom voor een beperking in de tijd van de fiscale aftrekbaarheid tot 20 of 25 jaar. ,,Anders zullen de prijsstijgingen van afgelopen jaar klein bier zijn vergeleken met wat ons te wachten staat.''

Winwin lening

Het Vlaams parlement heeft woensdag unaniem het decreet van Economieminister Fientje Moerman (VLD) over de zogenaamde winwinlening goedgekeurd. Die geeft een belastingvoordeel aan personen die een lening verschaffen aan vrienden, kennissen of familie die met een onderneming starten.
Met de lening wil Moerman ervoor zorgen dat startende ondernemers gemakkelijker aan kapitaal geraken. Het maximumbedrag van de lening is 50.000 euro. De rentevoet mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet, niet lager dan de helft van de wettelijke rentevoet. De som moet in een keer terugbetaald worden na acht jaar.

De kredietgever heeft recht op een belastingvermindering van 2,5 procent op het uitgeleende bedrag, met een maximum van 1.250 euro per jaar. Wanneer de onderneming in kwestie failliet gaat, kan de kredietgever 30 procent van het verloren gegane bedrag via de belastingen recupereren.

De kredietgever moet een natuurlijk persoon zijn die de lening verschaft buiten zijn of haar beroepsactiviteiten. Hij of zij mag niet de echtgenote of partner zijn en mag ook geen werknemer of aandeelhouder van de onderneming zijn.

Miljoen nieuwe kredieten

Kredietinstellingen, supermarkten en postorderbedrijven kenden vorig jaar meer dan 1 miljoen nieuwe consumptiekredieten toe via kredietopeningen. Het gaat om meer dan een verdubbeling (435.176 in 2004) op één jaar tijd,
Dat schrijven De Tijd en de kranten van de Sud Presse groep dinsdag, op basis van gegevens van de Nationale Bank.

Kredietopeningen, die zeer soepele terugbetalingsmodaliteiten kennen, vertegenwoordigen 68 procent van alle contracten van consumptiekredieten. Het opgenomen bedrag steeg met 55 procent tot 1,953 miljard euro.

In totaal waren er in 2005 1,885 miljoen nieuwe leningen of kredieten, een stijging met 54 procent. Het totaal uitgeleende bedrag komt uit op 8,406 miljard euro, een toename met 19 procent. Het aantal wanbetalers daalt wel.

Autoverzekering

Hoewel de autopolis veruit de bekendste verzekering is, rijzen er dikwijls heel wat moeilijkheden bij de interpretatie ervan. Dat komt wellicht doordat een autoverzekering uit verschillende luiken bestaat. Er is de verplichte verzekering burgerlijke aansprakelijkheid, de waarborg rechtsbijstand, de omniumverzekering en de bijstandsverzekering voor uw auto.

Uw burgerlijke aansprakelijkheid verplicht verzekerd

Als u met een wagen, een motorfiets, een bromfiets of een ander motorvoertuig in het verkeer wilt komen, bent u wettelijk verplicht een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid te nemen. Ze vergoedt de schade die u met dat voertuig anderen toebrengt.
De wetgever zorgt er op die manier voor dat de slachtoffers niet in de kou blijven staan. Dat begrip 'slachtoffer' mag u heel ruim interpreteren: van de tegenpartij tot en met de inzittenden van het voertuig dat het ongeval veroorzaakt. Eigenlijk krijgt alleen de aansprakelijke voor een ongeval geen vergoeding. In de meeste gevallen is dat de bestuurder. Vandaar dat u naast uw verplichte verzekering ook het best een lichamelijke ongevallenverzekering neemt die u als bestuurder toch een vergoeding uitkeert bij lichamelijke letsels.

Aangezien de verplichte autoverzekering een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering is, moet het steeds gaan om een fout waardoor de schade veroorzaakt wordt. Daarop bestaat één belangrijke uitzondering: de zogenaamde 'objectieve aansprakelijkheid'. Sinds 1 januari 1995 moet de autoverzekering ook bemiddelen bij ongevallen met zwakke weggebruikers. Stel dat u met uw wagen in een ongeval met een fietser of een voetganger betrokken raakt. De 'objectieve aansprakelijkheid' zegt dan dat uw autoverzekering de lichamelijke schade van de fietser of de voetganger moet betalen, ongeacht wie aansprakelijk is voor het ongeval.
Iedereen altijd verzekerd?

De autoverzekering dekt de burgerlijke aansprakelijkheid van de bestuurder van het voertuig. Maar ook de aansprakelijkheid van al wie in de wagen zit, is verzekerd. Denk aan een passagier die door het openen van het portier schade veroorzaakt.
Wie er ook met uw wagen rijdt, uw autoverzekering betaalt. Er bestaat in feite maar één uitzondering: als uw wagen gestolen wordt, zal uw autoverzekering de burgerlijke aansprakelijkheid van de dief niet dekken.
De autoverzekering gaat dus ver, heel ver. Zelfs als u in dronken toestand een ongeval veroorzaakt, zonder rijbewijs rijdt of uw premie niet betaalde, zal de autoverzekering vergoeden. Maar in die gevallen heeft de medaille wel een zware financiële keerzijde. De autoverzekeraar heeft dan het recht om de schade geheel of gedeeltelijk terug te vorderen van de verzekeringnemer.
Omnium: écht alles?

Hebt u een ongeval en ging u in de fout, dan zal uw verzekering burgerlijke aansprakelijkheid de tegenpartij vergoeden. Maar wat met uw eigen wagen? Die brokken moet u zelf betalen, tenzij u een omniumverzekering hebt.

Of stel dat u door verstrooidheid met uw auto in een gracht terechtkomt of tegen uw garagepoort botst. Ook dan vergoedt de omniumverzekering de schade aan uw wagen. Hetzelfde geldt wanneer iemand anders met uw wagen rijdt en een ongeval veroorzaakt waarbij uw wagen beschadigd wordt. Uw verzekeraar vergoedt dan de schade aan uw wagen én zal ze niet terugvorderen van de bestuurder. Die laatste betaalt nog wel het bedrag van de franchise die steeds bij een omnium voorzien is. Die franchise is een vooraf overeengekomen bedrag dat altijd ten laste van de verzekerde blijft. Ze heeft een dubbel doel: de verzekerde aansporen om voorzichtig te rijden, waardoor de premie binnen de perken blijft.

Verkeersongevallen

Zijn mijn inzittenden verzekerd bij een auto-ongeval? Heeft het zin een aparte verzekering Lichamelijke Ongevallen te nemen, aangezien ik als zwakke weggebruiker toch altijd word vergoed? Als mijn kind omver wordt gereden door een auto, welke verzekering geldt dan? Op deze en andere lezersvragen krijgt u een antwoord in dit artikel.

Vraag: Als ouder vervoer ik in mijn auto enkele kinderen naar de kinderboerderij voor een themadag van de school. Hierdoor bespaart de school op het vervoer. Zijn mijn inzittenden dan verzekerd bij een auto-ongeval? Uiteraard heb ik zelf een autoverzekering.

Antwoord: De aansprakelijke - of zijn verzekeraar - vergoedt in de regel de slachtoffers van een ongeval. In de praktijk is dit principe evenwel niet altijd van toepassing, omdat de aansprakelijke niet altijd gekend is of geïdentificeerd werd of omdat het slachtoffer zelf aansprakelijk is.
In uw geval zijn uw inzittenden zwakke weggebruikers en zijn ze dus verzekerd. Zwakke weggebruikers worden altijd vergoed, maar soms moeten ze heel lang op hun centen wachten. Met een verzekering Verkeer hoeven de slachtoffers niet lang op centen te wachten.
Let wel: als u als bestuurder van uw auto een ongeval veroorzaakt en verwondingen oploopt, is er geen enkele autoverzekering die u uw schade vergoedt want wie aansprakelijk is voor een ongeval krijgt per definitie nooit een vergoeding. Behalve natuurlijk als u een verzekering Verkeer hebt, die u in dit geval meteen betaalt. Is iemand anders aansprakelijk voor het ongeval, dan wordt u in principe vergoed via de autoverzekering van de tegenpartij, want dan wordt u als zwakke weggebruiker beschouwd.

Vraag: Heeft het zin een aparte verzekering lichamelijke ongevallen te nemen, aangezien ik als zwakke weggebruiker toch altijd word vergoed?

Antwoord: Zoals hierboven reeds aangehaald is er geen enkele autoverzekering die u uw schade vergoedt als u als bestuurder van uw auto een ongeval veroorzaakt en verwondingen oploopt, want wie aansprakelijk is voor een ongeval krijgt per definitie nooit een vergoeding.
Een verzekering Lichamelijke Ongevallen in het verkeer heeft dan ook zeker zin. Als zwakke weggebruiker wordt u wel altijd vergoed, maar soms moet u heel lang op uw centen wachten. Met een verzekering Verkeer wordt u onmiddellijk vergoed.

Vraag: Soms neem ik in mijn auto de kinderen van andere ouders mee. Hoe zit dat dan?

Antwoord: Net als in het eerste geval zijn schoolvriendjes van uw kinderen, als u ze mee naar huis neemt, als passagier zwakke weggebruikers en krijgen ze zeker een vergoeding bij een ongeval. Natuurlijk weer met het risico dat ze een hele tijd op het geld moeten wachten, terwijl ze met een verzekering Verkeer onmiddellijk worden vergoed.
Houd er wel rekening mee dat u sinds 1 september op de achterbank van een gewone personenauto maximaal 3 kinderen mag meenemen (vroeger 4), zodat ze allemaal een gordel kunnen omdoen.

Vraag: Als ik mijn kind afzet aan de crèche en ik veroorzaak een auto-ongeval, word ik dan vergoed?

Antwoord: Uw verplichte autoverzekering BA Auto komt tussen voor uw zoon, maar u zelf krijgt geen schadevergoeding aangezien u aansprakelijk bent. In zulke gevallen komt een verzekering Verkeer van pas voor de vergoeding van de medische kosten, de tijdelijke arbeidsongeschiktheid, de invaliditeit of zelfs overlijden.

Vraag: Als mijn kind omver wordt gereden door een auto, welke verzekering geldt dan?

Antwoord: Ook hier komt de verzekering BA Auto van de aansprakelijke tussen. Maar wat als de chauffeur vluchtmisdrijf pleegt of als uw kind aansprakelijk is? Dan wordt het vergoed op basis van de wet op de zwakke weggebruikers of door een verzekering Verkeer als u er een hebt. De verzekering Verkeer kijkt namelijk niet naar wie aansprakelijk is. Bovendien zijn de waarborgen cumulatief, wat betekent dat de vergoeding bovenop de vergoeding komt die u krijgt van de aansprakelijke of zijn verzekeraar (behalve voor medische en behandelingskosten).

Vraag: Als mijn kind valt in de bus, is hij dan verzekerd in de verzekering Verkeer?

Antwoord: U hebt het waarschijnlijk al begrepen dat de verzekering Verkeer geldt voor elke type voertuig, zelfs als voetganger, ongeacht de aansprakelijke.
Let wel: De waarborg geldt enkel voor lichamelijke letsels.

Familiale verzekering

De gezinssituaties zijn vandaag de dag zeer verscheiden. De naam 'familiale verzekering' doet vermoeden dat ze er enkel is voor gezinnen. Dit is een misverstand. De familiale is er 'voor iedereen'. Concreet betekent dit: voor u en voor alle personen die gewoonlijk bij u inwonen, met andere woorden uw partner, uw kinderen (zelfs als ze op kamers of tijdelijk elders verblijven), een vriend(in), uw inwonende ouders en zelfs uw huisdieren.

Bij een scheiding is het wettelijke uitgangspunt (artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek) dat ouders aansprakelijk blijven voor hun minderjarige kinderen ook al verblijven die elders. Het is dan ook logisch dat beide ouders een familiale verzekering nemen omwille van enerzijds hun eigen aansprakelijkheid en anderzijds die van hun kind(eren).

In de praktijk past elke verzekeringsmaatschappij voor een stuk haar eigen regels toe. U doet er dus goed aan de voorwaarden van zowel uzelf als uw ex-partner grondig te controleren. In wat volgt kunnen we enkel het beleid van DVV verzekeringen toelichten. DVV past sowieso bij elke scheidingsvorm 1 jaar lang de voorwaarden toe van de familiale gezinspolis.

Bij een scheiding met bezoekrecht voor een van de ouders is het voldoende dat de ouder met het hoederecht een gezinspolis sluit om de aansprakelijkheid van het kind te dekken. In dat geval dekt de familiale immers ook de tijdelijke verblijven van het kind bij de ouder met bezoekrecht. Voor de ouder met bezoekrecht volstaat in dat geval een familiale voor alleenstaanden. In wat volgt nemen we gemakkelijkheidshalve aan dat de ouder met hoederecht de moeder is en de ouder met bezoekrecht de vader. DVV is hypothetisch de verzekeraar van de vader.

Gebeurt er bij een scheiding met bezoekrecht een ongeval als het kind bij de vader verblijft, dan komt DVV tussenbeide, zelfs als dit een polis voor alleenstaanden is. Gebeurt er een ongeval als het kind bij de moeder verblijft, dan komt de familiale van de moeder eerst tussen. Heeft de moeder in dit geval geen familiale polis, dan is de vader volgens de wet medeaansprakelijk en zal zijn familiale dit vergoeden. DVV heeft dan wel verhaalrecht op de moeder en zal het te betalen bedrag van haar mogelijk terugvorderen.

Bij co-ouderschap zijn beide ouders nog altijd aansprakelijk (art. 1384 BW) en beiden dienen dan ook een gezinspolis te sluiten. Gebeurt er een ongeval als het kind bij de vader verblijft, dan zorgt logischerwijze DVV voor een schadevergoeding. Gebeurt er een ongeval als het kind bij de moeder verblijft, dan betaalt haar verzekeringsmaatschappij de schadevergoeding. Heeft de moeder geen familiale polis, dan is de vader volgens de wet medeaansprakelijk en zal zijn familiale het vereiste bedrag vergoeden. In dit geval oefent DVV geen verhaalrecht uit.

Woningverzekering

Wilt u duidelijkheid, dan vindt u het best de antwoorden op de volgende vragen om na te gaan of er bij schade sprake is van dekking:

* Is er schade aan een verzekerd goed (gebouw of inboedel)?
* Wie is de verzekerde (eigenaar of huurder)?
* Is er schade door een verzekerd gevaar (waarborgen die van toepassing zijn)?
* Zijn er uitsluitingen of waarborguitbreidingen?

Om op de eerste vraag te kunnen antwoorden, dient u eerst de definitie van een verzekerd goed nader te bepalen. Een verzekerd goed in de woningverzekering omvat twee niveaus:

* het gebouw - dat is de constructie - het bouwwerk zeg maar
* de inboedel, dat is per definitie wat zich binnen de vier muren bevindt.

Toch worden die definities niet zo strikt geïnterpreteerd. Zo behoren tuinhuisjes, carports en opritten vaak tot het gebouw, en worden bijvoorbeeld tuinmeubelen in de tuin of de inhoud van het tuinhuisje soms tot de inboedel gerekend.

Daarnaast dient u ook rekening te houden met wie de verzekerde is. Elke specifieke partij kan immers een ander verzekerbaar risico dragen. Zo verzekert een huurder enkel zijn aansprakelijkheid als huurder tegenover de eigenaar en eventueel zijn eigen inboedel. De eigenaar van het verhuurde gebouw verzekert van zijn kant enkel het gebouw. Als de woning betrokken wordt door de eigenaar, dan heeft die er belang bij zowel zijn gebouw als zijn inboedel te verzekeren.

Tegen welke gevaren kan u zich verzekeren? Het antwoord daarop vindt u in uw verzekeringscontract, dat bepaalt wat gedekt is. Of liever: het hangt soms van de waarborg af welk soort goed verzekerd is en wanneer dat het geval is. Zo zouden tuinmeubelen wel verzekerd kunnen zijn tegen hagelschade maar bijvoorbeeld niet tegen diefstal.

Op dat vlak vinden we in de polissen vandaag twee tendensen : enerzijds de polissen die alles opsommen wat is verzekerd, en anderzijds de zogenaamde all-inverzekeringen, die alles verzekeren wat niet expliciet is uitgesloten. Heel wat polissen vallen ergens tussen die twee uitersten in. Het is dus van belang de details van uw polis grondig te bestuderen of met een expert te overlopen.